Hoe kan je zien of iets antiek of oud is

“Hoe kan je zien of iets antiek en oud is?” Ik krijg regelmatig deze vraag als ik in een inboedel een object aanwijs welke antiek is.
Altijd leuk om deze vraag te krijgen. Ik wil in deze blog wat onderwerpen behandelen die te maken hebben met ouderdom van een object. Op basis van welke kenmerken beoordeel ik nou of iets oud is. Ik loop er eerst in vogelvlucht de kenmerken bijlangs en daarna zal ik inzoomen op details. 

Een eerste kenmerk is de vorm. Van een kabinet is dat heel specifiek, maar ook een 18e eeuws schoteltje onder een kopje heeft een specifieke vorm. Het eerste zult u waarschijnlijk ook wel zien, het schoteltje is al een stuk moeilijker. Veel objecten worden met goede en slechte bedoelingen nagemaakt, nu en ook in het verleden. Dus ook een kabinet kan gemaakt zijn in de jaren 70 in plaats van de 18e eeuw. Er was een markt voor. Door de schaarste van antieke kabinetten kwamen er goede kopieën. Als antiek een wat hogere waarde heeft en het de moeite loont om een goede kopie te (laten) maken dan gebeurt dat ook veelvuldig. In de jaren 70 werden de maatbekers van tin en de helmkit van messing met Delftblauw handvat gewoon nagemaakt in India. Alleen met de vorm kom je er dus niet. Er zijn andere kenmerken die meegenomen moeten worden om te bepalen of iets ‘leeftijd’ heeft.
Vormen zijn in de mode. Ze verschijnen ergens en verdwijnen ook weer. Met name in de westerse wereld (Europa, Australie, USA etc) is er altijd een hoge snelheid geweest in de ontwikkeling van vorm. Aan het eind van de 19e eeuw neemt die snelheid verder toe, zo lijkt het, onder invloed van de industriele revolutie en andere factoren.

Als tweede kijk ik naar kenmerken die de productiemethode verraden. Bijvoorbeeld; elk chinees kopje en schoteltje is gedraaid op een pottenbakkersdraaischijf, hier kan je dus de concentrische ringen in de klei zien. De helmkit heeft bijvoorbeeld schroefjes met een moderne kop en schroefdraad. Dit wijkt echt af van niet machinaal gemaakte bevestiging.
Een la in een kast met zwaluwstaart verbinding (google dat maar eens) verraadt in veel gevallen de leeftijd van een antieke (laden)kast. Deze oude en tijdrovende productietechniek (handwerk) werd later niet of nauwelijks meer gebruikt.

Als derde kijk ik naar leeftijdskenmerken. Voor hout, tin en koper/messing heet dat patin of patina. Bij glas kan men kijken naar de standring. Een dunne slijtrand op de standring van een drinkglas of vaas/schaal laat een poederfijne witte slijtage rand zien. Met een loupe is dan te zien dat deze slijtagerand bestaat uit duizenden mini krasjes. De echte proffesionele vervalsers zullen dit proberen na te maken door dit mechanisch aan te brengen of een uur lang met de vaas over een oppervlakte te schuren maar echte glasslijtage is bijna niet na te maken. Ook merken verraden de leeftijd in veel gevallen. Er zijn boekjes met merken van veel soorten objecten. Het soort merk is vaak een duidelijk kenmerk voor datering.

Als vierde kijk ik naar de kleur. Bepaalde kleuren of pigmenten zijn niet ontwikkeld in een bepaalde tijd. Een voorbeeld hiervan is roze op Chinees porselein. Dit werd in de vroeg 18e eeuw pas ontdekt en duikt dan pas op op stukken Chinees porselein. In 1725 zie je het roze ontstaan. In 1710 kom je geen stukken tegen met deze kleur. Kleuren zijn ook in de mode. De jaren 60 in Europa kenmerken zich door oa. het gebruik van zachte pasteltinten. Kom je deze zachtgele, zachtroze etc kleuren tegen dan zit je rond de eind jaren 50 t/m 1965 ongeveer. Uiteraard zijn dit geen ijzeren regels; er zijn altijd uitzonderingen in kleurgebruik. Het is eigenlijk ‘aanvullend bewijs’ . Dus bij het dateren van en object wordt ook de kleur meegenomen in de beoordeling.

Als laatste ‘kenmerk’ om een object op zijn ouderdom te beoordelen gebruik ik gezond verstand en ervaring. Ik zie wekelijks objecten die ik in die vorm of kleur nog niet eerder zag. Art-deco uit Oostenrijk, Hongarije, Japan, USA, Rusland etc hebben één ding gemeen; ze zijn allemaal gemaakt in de periode 1900-1940 en zijn onder invloed van de tijdgeest of mode gemaakt. Heb ik een object nog niet eerder gezien, dan kan mijn ervaring mij ‘redden’. Doordat ik honderden soortgelijke objecten voorbij zie komen kan ik zelfs een onbekend object vrij snel op zijn leeftijd en originaliteit inschatten. Gezond verstand moet ik gebruiken als alle kenmerken wegvallen. De omstandigheden waarin ik het object aantref (op marktplaats, bij iemand in huis die veel latere replica’s gekocht heeft of een handelaar met blauwe ogen) maken dat ik wel eens achterdochtig kijk naar een object. In voorkomende gevallen laat ik dan iets links liggen omdat ik het niet vertrouw.

Eigenlijk gebeurt alles ongeveer gelijkertijd als ik een object beoordeel maar dit zijn wel de componenten waar ik standaard bij langs ga.
Hieronder heb ik een lijst van objecten en kenmerken die ik veel tegen kom. Niet uitputtend uiteraard maar wellicht leuk om te lezen.

contact opnemen

 

Porselein

Heeft een witte scherf en klink bij aantikken bijna als glas (hoge klank). Porselein is ontwikkeld in China in de 14e eeuw en daarna in de 18e eeuw door Europeanen nagemaakt. Dec, gevolgd een nummer is een decornummer en veelal gebruikt door Duitse fabrieken in de jaren 20 t/m 50. Het meeste porselein wat ik tegen kom is Duits. Veel serviezen waarvoor gespaard was voor de uitzet zijn gekocht in de genoemde jaren en hebben Duitse merken. De waarde is beperkt op enkele uitzonderingen na.
Chinees porselein heeft soms een merk, maar vaker niet. De scherf is in de 18e eeuw ietwat grauw doordat men de porseleinaarde (kaolien) niet goed kon ontdoen van verontreinigingen. Chinees porselein heeft vaak zwarte plekjes (1 mm t/m 3 mm). Dit zijn metaaloxides in de klei die verbranden bij het stoken in de oven. Chinese schotels hebben bijna nooit een holling voor een kopje, waardoor deze beter in het midden blijft staan. De rand van het kopje staat vaak wat omhoog. Zo kon men de thee uit het schoteltje slurpen.

Chinees porselein is veelvuldig nagemaakt in Maastricht door Mosa en P. Regout. Deze kaststellen maar ook serviesdelen zijn niet handgeschilderd in tegenstelling tot Chinees porselei maar geprint. Een gemakkelijke manier om vast te stellen of het Chinees porselein is of een kopie met een transferprint is twee gelijke delen in de hand nemen en kijken naar het decor. Als elk detail op dezelde plek zit dan is het een print. Bij handgeschilderde objecten kan je meteen zien dat details op verschillende plekken zitten en hebben de bomen bv. niet 5 takken maar 6 of zijn er 10 vogels in de lucht en op het andere stuk maar 8.

Vanuit Japan is ook veel porselein geimporteerd. Japanse borden en serviesgoed werden gebakken op proenen, stenen puntvormige objecten. Deze laten een kleine proen of ‘beschadiging’ achter in de achterkant van een object. Japanse objecten uit eind 19e en begin 20e eeuw kunnen ook (deels) geprint zijn. Veel is echter ook handgeschilderd.
Wat porselein betreft zijn dit een aantal aanknopingspunten om ca. 70% van wat ik tegen kom te kunnen duiden.

contact opnemen

 

Glas / kristal

Glas met een hoog gehalte loodoxide heet het kristal. Een dun (kristallen) glas kan je horen zingen bij het aantikken. Zonder deze toevoeging klink een glas dof en zingt niet door. Beide soorten worden zowel mechanisch als handmatig geproduceerd. Glas leent zich uitstekend voor massaproductie, een bekende fabriek is Duralex uit Frankrijk. Veel gebruiksgoed als theeglazen en longdrinkglazen komen daar vandaan. Een klodder glas wordt in een mal geschoten en geperst tot een glas. Kenmerk van geperst glas is een naad die over het glas loopt. De ornamentering is nooit heel scherp. Antieke glazen voor 1860 zijn eigenlijk altijd mondgeblazen. Vaak bestaan dit soort glazen uit drie delen (bij een wijn of likeurglas op voet) een voet een stam en een cuppa oftewel kom aan de bovenzijde. Je kan dat zien omdat er tussen delen een lichte inkeping zit waar de delen tegen elkaar zijn geplaatst. Veel antieke glazen zijn geslepen of gegraveerd. Dit is ook handwerk. Geslepen delen zijn daarna gepolijst. Het spiegeld als je erin kijkt en de randen tussen slijpvak en onbewerkt deel zijn scherp. Ook kan je zien dat iets met de hand geslepen is omdat de slijpbanen soms een paar millimeter breder of langer zijn. Een geperst glas is altijd perfect in zijn symetrie en vorm. Alle onderdelen die ik hier noem zijn ook van toepassing op kristal. Ook deze komen zowel machinaal als handmatig gemaakt voor. De waarde van gebruiksgoed is zowel bij glas als kristal niet heel hoog. Ook antiek kristal heeft op dit moment (begin 2022) weinig commerciële waarde. Dat gezegd hebbende; er zijn zoals altijd uitzonderingen. Glas ontworpen en gemerkt of gesigneerd door de maker of ontwerper kan een hoge waarde hebben. Als u persglas Berlage intypt in Google dan ziet u dat zelfs machinaal geproduceert glas van de juiste ontwerper een hoge waarde kan hebben. Heeft u een afijkend stuk glas in het bezit, controleer dan altijd even of het gesigneerd of gemerkt is aan de onderzijde. Let op, sommige stukken zijn met waterstoffluoride ge-etst gemerkt. Deze merken staan altijd precies in het midden van de onderkant van het drinkglas of glasobject en zijn alleen goed zichtbaar als je de glans van licht laat vallen en een beetje beweegt. Je ziet dan vaak een klein merkje. Een voorbeeld is Copier Leerdam die signeerd met een L waarin een C staat. Vrij geblazen stukken uit Italië (Venetië) en ook elders in de wereld zijn vaak de kostbare stukken op de antiekmarkt. Een vrij geblazen stuk herkent men aan de afwerking van het pontil. Een pontil is het scherpe punt wat overblijft nadat de glasblazer het object van de blaaspijp heeft getikt. Deze wordt in veel gevallen uitgeslepen en gepolijst. Er is dan een holling in het midden van het glasobject te zien aan de onderkant. Een andere manier is om een hele ‘plak’ van de onderzijde af te halen en deze te polijsten. Je krijgt dan een glad spiegelend vlak waar het object goed op kan staan. Tref je een geslepen onderzijde aan die niet gepolijst is dan is dat een kenmerk van een haastig en vaak oninteressant stuk glas (ook vaak modern).

contact opnemen

Meubels en stijlen

Meubels verdeel ik onder in de vintage meubels en de antieke meubels. Dit doe ik omdat de Vintage meubels (jaren 50, 60 en 70) commercieel een stuk interessanter zijn dan de antieke meubels van nu (2021). Antieke meubels zijn door de meeste mensen wel te herkennen valt mij op. Dit zijn de stukken die doorgaans in de jaren 70 en 80 zijn gekocht en waarvan men wel weet wat destijds de (hoge) prijs was.

In het kort over de antieke meubels. Alles is met de hand gemaakt en verbindingen zijn doorgaand pen-gat en zwaluwstaart. Latere meubels zijn verlijmd of er zijn metalen delen gebruikt voor de constructie. Zoals al gezegd hiervoor, een la in een kast heeft de zwaluwstaart verbinding aan de achterzijde en bij de bevestiging van het voorpaneel met de la zelf. Antieke meubelen hebben vaak gesneden houten ornamentering. Soms zeer uitbundig en onderdeel van de constructie (Google maar eens de Mechelse kast) een andere keren juist minimaal op bijvoorbeeld de meubels uit de biedermeier periode (midden 19e eeuw).

Antieke meubels hebben geleefd en het hout heeft vaak een diepe kleur gekregen doordat het is ingewreven met was of vernis. In de jaren 70 zijn er antiek meubels op de markt gekomen met bruin eiken voorfronten maar de zijpanelen en planken  waren vaak van mindere kwaliteit hout en de achterwand doorgaans een spaanplaat. Deze meubels werden op de markt gebracht als betaalbaar alternatief voor de dure antieke meubels. U herkent deze meubels door de wat ronde ornamenten. Gebruik van mindere kwaliteit hout en antiek look geel glazen raampjes.

Het noemen waard zijn de Art Nouveau meubels. Eigenlijk de overgang van klassiek antiek naar de vintage meubels. In de jaren 1900/1940 werd de Jugendstil en Art-deco, onder de overkoepelende noemer Art Nouveau, toonaangevend. Vormen moesten strakker (Art-deco) of juist zeer uitbundig (Jugendstill).

Google maar eens Alfons Mucha om een zuivere vorm van Jugendstill te zien en Chris van der Hoef vaas om de strakke vormen van de in dit geval Nederlandse Art-deco te zien. Veel van deze stukken zijn gemerkt maar er zijn ook veel replica’s en latere versies van deze stijl in omloop. Het mooie van deze periode is dat veel van de stukken nog steeds ambachtelijk vervaardigd zijn. Uiteraard worden planken machinaal gezaagd en worden messing onderdelen al gestanst in plaats van handgezaagd maar industrialisatie had nog niet heel sterk zijn intrede gedaan in deze stijlen. De in die tijd goedkoperen objecten zijn wel al deels machinaal vervaardigd zoals lampenkappen (persglas) en bakelieten vormen (eerste kunststoffen). Bakeliet heeft een structuur. Het is niet helemaal egaal. Wrijf je met je duim over een bakelieten object totdat je duim warm word en ruik je dan aan het object dan ruik je chemie. Bakeliet is op die manier vrij snel te herkennen. Bakeliet komt voor in vele kleuren en dus niet alleen in zwart of rood. In het algemeen kunt u objecten uit de Art Nouveau periode herkennen aan de afwijkende stijl. Het is al niet meer als antiek te herkennen maar ziet er wel oud uit. Het heeft een moderne uitstraling maar ook grootmoeders tijd. Omdat het te ver voert alle objecten te benoemen en de kenmerken te beschrijven volsta ik hier nu met deze aanwijzing.

De vintage meubels zijn onderverdeeld in design meubels en de anonieme jaren 50/60/70 meubels. Voor het gemak neem ik hier ook even de lampen mee. Onder invloed van o.a. de opkomst van  televisie, de stijgende welvaart en nieuwe kennis werden traditionele vormen en materialen versneld losgelaten. Er kwam een nieuwe generatie ontwerpers en architecten van de opleiding die in de tijdgeest meubels, gebruiksartikelen en verlichting ontwierpen. Met name in scandinavische landen werden veel bijzondere en vernieuwende objecten gemaakt die nu nog steeds gewaardeerd worden. Een goed vintage meubel herkennen is niet heel eenvoudig. Een duidelijke trendbreuk is; geen ornamentering meer. De vorm is belangrijk. Snijwerk, ornamenten aanbrengen zijn uit. Strak is in, net als speelse vormen. In de jaren 60/70 werden onder invloed van ruimtereizen en ook Science fiction boeken, space age meubels ontworpen met een futuristische uitstraling. Plastic doet zijn intrede in de ontwerpen.

Hoe herken je een design meubel

Wilt u weten of u een interresant design object heeft zoekt u dan in de eerste plaats naar naamplaatjes en merken op het stuk. Bij een kast kunt u dat vinden aan de achterzijde en soms aan de onderzijde of in een la. Stoelen en tafels hebben ook vaak aan de onderzijde een naamplaatje of ingebrand merk. Zijn de stukken niet gemerkt dan zijn het in veel gevallen anonieme stukken door een fabrikant gemaakt om in de lijn van de tijdgeest een modern meubel aan te bieden. Wel is het zo dat veel meubels uit de anonimiteit worden gehaald doordat de fabrikant en ook de ontwerper bekend worden door onderzoek. Soms krijgen dit soort objecten toch een opwaardering hierdoor. Er zijn zeer veel ontwerpers en werkplaatsen of fabrieken bekend uit de ‘vintage periode‘ met allemaal eigen opvattingen, ontwerpen en materiaalgebruik. Het voert dan ook te ver om hiervan kenmerken en herkenningspunten te benoemen.

contact opnemen

Koper, tin en brons

Dit zijn de metaalsoorten die veel gebruikt werden in de europese geschiedenis. Tinnen objecten worden al vanaf de romeinse tijd gemaakt. Wij behandelen vooral de wat jongere tinen objecten. Antieke tinnen objecten zijn een verzamelgebied die zijn hoogtij vierde waarschijnlijk in de jaren 60 t/m 80. Uiteraard werd daarvoor ook al tin gebruikt en gewaardeerd maar dat tin van waarde werd heeft te maken met verzamelwoede en schaarste van zeer oude objecten. Tin raakte snel in onbruik als gebruiksgoed door de opkomst van porselein uit China en glas in de 18e eeuw. Doordat tin bij gebruik een diepere kleur krijgt en een doorleeft karakter werd het steeds meer een verzamelobject. Mensen waarderen de eerlijke uitstraling en eenvoud die veel tinnen objecten hebben.

In de jaren 70 wordt er steeds meer tin gemaakt naar oud voorbeeld om naar de behoefte van antiek tin te voldoen. In veel huizen treft men een serie maatbekers aan met prachtige merken welke om deze reden gemaakt werden. Het vaststellen of men van doen heeft met een antiek stuk tin of een latere kopie is niet heel ingewikkeld. Oud tin heeft geen scherpe randjes, heeft een diepere kleur en heeft veel gebruikssporen zoals hele kleine krasjes. De merken zijn vaak wat versleten maar dit kan men ook aantreffen op goede replica’s. Oud tin heeft helaas, net als veel klassiek antiek veel van zijn prijs-glans verloren. Desalniettemin zijn de hele vroege stukken zeker nog van een hoge waarde. Vroeg is 15e, 16e en 17e eeuw. Deze stukken zijn te herkennen aan de merken maar ook aan de vorm. Het zijn de klep of drinkkannen met klepdeksel. Een vroege klepkan heeft een 1-kakig scharnier. Latere kannen hebben 2-kakig of zelfs 3-kakige scharnieren. Deze zijn steviger maar dus een aanduiding van latere productie. Als laatste dient wat te gezegd te worden over tinproductie na 1900. Veel tim is gemerkt METAWA, TIEL  of GERO. Hierin zijn vooral theeserviezen gemaakt maar ook  andere gebruiksvoorwerpen. Van GERO is bekend dat daar ook bekende ontwerpers hebben gewerkt in de jaren 20 en 30.  Met name de stukken van Chris van der Hoef hebben zeker enige waarde. Dit is gemerkt met een monogram naast of boven het woord GERO,  CJH. Tin gmaakt in de genoemde Art Nouveau periode heeft ook een betere waarde. U kan dan merken aantrekken als Urania, WMF (Duits) en Kayserzinn. Er zijn meer merken die de moeite waard zijn. De stijlkenmerken en dus ook de vorm zoals eerder beschreven kan uitkomst bieden of u een tinnen object heeft uit de Art Nouveau periode.

Koper maar eigenlijk ook messing is een ander hoofdstuk. Messing is geel en koper is rood naar bruin toe. Messing is een legering van zink en koper en heeft als voordeel dat het niet giftig is omdat het geen koper oxide afgeeft. Koper is meer geschikt om objecten te maken waar niet uit gegeten of gedronken gaat worden. Een leuk detail en ook meteen een goede manier om te kijken of u een goed origineel koperen object heeft; deze zijn vaak vertint aan de binnenzijde. Er is dan een laagje tin over het koper aangebracht om zodoende te voorkomen dat koperoxide in het voedsel of de drank terecht komt. Bekende objecten van koper zijn thee of heetwater ketels, doofpotten en strijkbouten. Deze objecten werden ook in messing uitgevoerd en zijn dan niet rood/bruin maar geel. Verzamelaars van oude koperen messing objecten zijn schaars. De waarde is dan momenteel ook beperkt. Uitzonderingen zijn weer de Art Nouveau objecten. Grote namen als de archtect Berlage en binnenhuisarchtect Jan Eissenloefel hebben prachtige objecten ontworpen in messing die nog steeds een hoge waarde hebben.

Uiteraard zijn er ook vele buitenlandse voorbeelden te vinden in messing die ontworpen zijn in de Art Nouveau periode en veel geld kunnen opbrengen. Ook hier is het van belang de merken op te zoeken op het object en onderzoek te doen naar oorsprong en ontwerper.

Bronzen objecten hebben van de drie genoemde metalen het hoogste aanzien en ook prijsstelling. Brons is een legering van koper en tin. Is hard en voelt, mits massief en dus zwaar, koud in de hand. Brons heeft vaak een zacht glanzende bruine kleur welke ook patina wordt genoemd.  Bekende kunstenaars hebben bronzen objecten gemaakt. In de klassieke oudheid was al bekend hoe brons moest worden gemaakt. Het werd toen al toegepast in zwaarden en schilden maar ook sierobjecten en juwelen. We richten ons op bronzen objecten die gangbaar zijn. Brons wordt gegoten in een mal die van tevoren voor de gelegenheid gemaakt is. Er zijn twee gangbare manieren om brons te gieten, de goedkope manier het zandgieten waarbij er een gietnaad ontstaat.  Deze gietnaad werd vaak daarna ook weg gepolijst of geslepen.  Op de plek waar dat gebeurt is dan een vlak stuk te zien om een ruwere rand. Zandgietsels hebben ook minder details in de fijnere delen.  De andere en duurdere methode van bros gieten is de verloren wasmethode. Er zijn op Youtube filmpjes te vinden over deze methode. Wat in dit stuk van belang is om te vermelden is dat de verloren wasmethode geen gietnaad geeft en de details goed zichtbaar zijn. Dat is alvast een verschil in manier van maken die je zelf kan vaststellen. Zoals gezegd hebben veel bronzen beelden een meegegoten monogram van de maker. Kunt u deze ontcijferen dan is een zoektocht op Google vaak succesvol. Zoeken doet u in dit geval met bronzen beeld gemerkt VK of Bronze marked VK (VK is maar een voorbeeld). Als u dan de knop afbeeldingen in google aanklikt krijgt u soms ook meteen een soortgelijk beeld te zien of iets wat erg in dezelde stijl gemaakt is. Vanuit deze foto is het zoeken gemakkelijker.  Deze manier van zoeken leverd ook in andere gevallen soms prima resultaten op.

Patina; er is een onderscheid tussen kunstmatige patina en natuurlijke patina op een bronzen object. Als u graag een object wil dateren is het van belang om de volgende zaken in acht te nemen. Neem een loupe en kijk met goed licht op de huid van het object. Een authentiek en ‘natuurlijk’ gepatineerd object heeft slijtage kermerken. Bedenk waar u het beeld vastpakt en anderen dat zouden doen. Daar zullen licht afwijkende plekken in de kleur waarneembaar moeten zijn. Met de loupe is goed te zien dat er veel zeer kleine krasjes en vlekjes zichtbaar zijn die leeftijd verraden. Kunstmatig aangebrachte patina is ‘saai egaal’ het leeft niet maar is overal hetzelfde. Daarmee kunt u vaststellen dat iets wel of geen leeftijd heeft. Neem in ogenschouw dat kunstmatig patineren ook al en lange geschiedenis heeft maar leeftijd op een object verraad zich altijd met een loupe op de ‘huid’.

Wellicht ten overvloede maar als u wilt dat wij meekijken met u naar een object dan bent u altijd van harte welkom een of meerdere foto’s te mailen of te Whats-appen. Neem gerust contact met ons op.